Bezint eer ge begint

In dit artikel ga ik een beeld proberen schetsen over hoe mijn visserij eruit ziet, hoe ik een bepaald water aanpak en enkele zaken om over na te denken met tussen de regels door wat bruikbare info, vooral dan voor de jeugd en hopelijk ook voor de anciens. Iedereen vist op zijn eigen manier, hoewel de meeste onder ons zonder het zelf te weten elkaar kopiëren, zowel in gebruik van aas, rigs of aanpak.

 

Logboek, bron van informatie

Meestal bevis ik een water omdat één bepaalde vis of vissen mij aanspreken, soms ook om een bestand in kaart te brengen. Terwijl ik op dat water bezig ben, probeer ik ook al wat info te verzamelen over het volgende water dat op mijn lijstje staat. Zelden of nooit bevis ik twee wateren tegelijker tijd, ik heb het gevoel dat als je u focust op één water, je veel meer info verzameld over wat er reilt en zeilt en je ook meer te weten komt over de vangsten van andere collega vissers, wat heel interessant is voor de puzzelstukjes in mijn logboek. Het voordeel van zo een logboek is ook dat indien je na enkele jaren van afwezigheid wenst terug te keren naar een water, je snel en eenvoudig alle informatie terug vindt die je hebt verzameld. Door het noteren van je stek en richtpunten aan de overkant kan je gemakkelijk je oude vertrouwde hotspots terug vinden, het bespaart je veel dubbel werk, en je verkrijgt veel meer effectieve visuren in plaats van de tijd die je anders nodig hebt om alles opnieuw in kaart te brengen. Door al deze info samen met die van jezelf grondig te noteren kan je heel veel leren en op die manier aan de hand van de vangsttijden bepaalde trekroutes ontdekken waar je zeker en vast je voordeel zal mee doen. Zo weet ik van een water bij mij in buurt een richel liggen die in 90% van de gevallen enkel vis oplevert bij noord westen wind. Op een ander water weet ik dan een klein stukje van enkele vierkante meter liggen langs de schuine kant van een talud waar de bodem net iets anders is samengesteld en waar ik op die ene stok iets meer dan 160 vissen ving op één seizoen. Mijn tweede stok op hetzelfde talud, een dertig tal meter daarvandaan, leverde mij datzelfde jaar maar 8 vissen op, wel allemaal hoge dertigers en enkele veertigers. Volgens mij, maar ik ben er nog steeds niet zeker van, is het te wijten aan de mindere goede bodem op die ene stok, waardoor er van nature uit minder vis kwam azen. Zo hadden de grotere vissen meer rust om hun buikje vol te vreten, zonder zich te moeten mengen met hun kleinere soort genoten die veel actiever te werk gingen op de voerstek. Je kan nooit alles te weten komen en je zal nooit op alles een antwoord vinden, als je er maar je voordeel mee kan doen, dat is het belangrijkste.

 

Peilen, van goudwaarde

Nu we het toch hebben over bodemgesteldheid wil ik iets verder uitwijden over het peilen en het zoeken naar bepaalde spots. Iedereen, of toch bijna iedereen denk te weten op welke soort bodem hij aan het vissen is, maar ik zie minder en minder mensen die echt nog met een peilhengel, lood en dobber te werk gaan. Nu bijna iedereen over een telebootje met dieptemeter beschikt lijkt de peilhengel overbodig geworden, maar voor mij is dit één van de belangrijkste instrumenten, ik kan niet zonder. Een teleboot met dieptemeter vind ik, indien toegestaan een grote meerwaarde, maar dan vooral om een globaal en snel beeld te krijgen over hoe een bepaalde plateau, talud, of richel loopt, welke diepte deze hebben en hoe groot ze zijn. Voor mij is dit echter niet genoeg, ik wil echt weten hoe de bodem voelt zowel erop, ervoor als erachter en dit op zoveel mogelijk plaatsen. Hoe meer info je verzameld over elke vierkante meter van je stek, hoe meer voordelen je er jezelf mee zal doen. Na wat oefenen leer je al snel kennen wat de beste stukjes zijn en aan de hand van de harde tikken die je krijgt door het peillood of totaal geen tikken, maar slome halen, weet je of je op harde, zachte of kleibodem aan het vissen bent. Het is mogelijk dat je op het scherm van je dieptemeter een egaal en vlak bodem verloop ziet, waarvan je denkt dat het volledig uit modder bestaat, in de meeste gevallen is dit zo, maar door eens een uurtje wat meer werk te verrichten met de oude vertrouwde peilhengel, kan je als je geluk hebt een harder stuk vinden te midden van een modderveld en dan zit je lekker, je zit op goud! Terwijl je collega vissers denken “ alé, die gast zit daar nu in die stinkende modder vis te vangen”. Doe er je voordeel mee. Nog effectiever en veel nauwkeuriger is als je te werk kan gaan met een opblaasboot (zodiac) en steekstok. Wanneer ik dit doe, vooral dan in Frankrijk, gebruik ik dan steeds een vaste hengel waarmee ik vroeger de voorentjes belaagde. Bij deze manier van peilen kan je echt voelen in wat voor bodem je aan het steken bent, wanneer je grind hebt kan je echt de steentjes horen kraken door het carbon van de vaste stok. Nog een voordeel van het gebruik van een vaste hengel als steekstok is dat deze hol is en dat wanneer je een klei bodem of modder bodem hebt je er een bodemstaal van kan nemen, op voorwaarde dat de klei/modder stevig genoeg is. Op die manier kan je zien uit welke lagen de bodem bestaat en ook of er een laagje zweefmodder bovenop de klei ligt, waar je dan je voordeel mee kan doen in het gebruik van rigs, vooral dan wat lengte en kleur betreft. Beetje bij beetje zet je de puzzel zo in elkaar, en dan komen we naadloos aan bij onderlijnen of rigs.

 

Van wartel tot haak

Hier is al enorm veel over geschreven en iedereen heeft wel zijn eigen idee over wat goed is of de beste resultaten oplevert …  In mijn ogen is eenvoud troef, less is more, beter een eenvoudige rig die goed zijn werkt doet, dan een ingewikkelde “reclamerig” waarmee er heel veel verkeerd kan gaan. Dat is mijn idee, maar de meningen zullen enorm veel verschillen bij dit onderwerp. In de meeste gevallen bestaat mijn rig uit een soepele braid van 18 tot 25Lb met een scherp haakje in maat 6 of 8 en een lengte tussen de 10 en 30cm. En met scherpe haak, bedoel ik dan ook vlijmscherp, voor ik mijn rigs knoop, wordt elke haak kritisch bekeken, wanneer ik twijfel, gaat deze direct de vuilbak in. Het belangrijkste zijn hierbij een scherpe punt en gesloten haakoog. Maar hoe scherper de punt, hoe kwetsbaarder deze is en ik houd me er dan ook niet voor in om na elke vis de rig te vernieuwen, ook telkens na het verversen controleer ik de haak, heel belangrijk! Het gebruik van “simpele” rigs komt het meest tot zijn recht op voerstekken. Hoe minder prutsen ,hoe minder deze zal opvallen en des te sneller onze vriend karper een foutje zal maken, dat hopen we althans. Ik vis ook altijd met wat ik voer, in een uitzonderlijk geval doe ik eens iets anders, maar daar ga ik straks verder op in. Als een voerstek goed is opgebouwd en de karper  met vertrouwen aast, dan moet je het niet te ver gaan zoeken. Mijn ervaring leert dat je op deze manier ook effectiever en sneller de grote jongens of dames ervan tussen haalt. Zoals je ziet hou ik van simpelheid en eenvoud en daar heb ik alle vertrouwen in.

 

Bollekes, bollekes en nog eens …

Een enorm belangrijk onderdeel van de puzzel. Vroeger draaide ik alles zelf, maar als ik dan zag wat de opbrengst was na een dag zwoegen en zweten… Het werk-resultaat was niet in balans, wel moet ik er ook bij vertellen dat ik niet in het bezit was van machines zoals een kneder en dergelijke. Mijn samenstellingen en eindproduct waren goed, en daarmee ook de vangsten, maar ik spendeerde mijn vrije uren veel liever achter  mijn hengels. Daarna ben ik op zoek gegaan naar een waardige vervanger voor mijn home made bollekes , ik heb hier en daar vele testmixen laten draaien met wisselend resultaat, maar ik ben nogal kritisch op gebied van aas en het heeft daarom een tijdje geduurd tot ik vond wat ik zocht. Uiteindelijk kwam ik terecht bij Wim van Overloop van Attractive Baits. Alles klopte, volledig mijn goesting, goede samenstellingen die de verteerbaarheid bevorderen, het gebruik van natuurlijke producten, de versheid en kwaliteit van de ingredienten en aas, alsook de attractie ervan. Dat mijn keuze om met hun aas te gaan vissen mijn vangsten nog verbeterde was helemaal top, vertrouwen is dan ook heel belangrijk in onze visserij. Dikwijls klop je vele uren aan de waterkant en als je er dan zit zonder vertrouwen… leuk is anders. Dankzij hen hoef ik me geen zorgen meer te maken over mijn aas en dat geeft me ook meer tijd voor andere zaken, zoals voeren en peilen.

Enkele alinea’s terug schreef ik dat ik soms eens iets anders durf te doen, als ik het gevoel heb dat ik daarmee mijn voordeel zal doen. Dit hoeven meestal niet extreme veranderingen te zijn, een kleine aanpassing kan al voor mooie resultaten zorgen, je moet het meestal niet al te ver gaan zoeken. Een goed voorbeeld daarvan passen ik en mijn vismakker Kevin steeds toe tijdens onze gezamenlijke sessie in het buitenland. Aangezien onze vistijd dan meestal beperkt is tot een 10tal dagen en wij zo effectief als mogelijk de grotere exemplaren willen belagen door hen vertrouwen te geven in ons aas doordat we dit op korte periode niet kunnen opbouwen met een goed onderhouden voerstek, passen wij het volgende toe… Vanaf de dag van aankomst zetten wij enkele emmers boilies in de week, als dit gebeurd is gaan we het water op om onze stek(ken) te onderzoeken  met het nodige peilwerk. Als alles naar wens is, kan het voeren beginnen. De eerste keer voeren gebeurd meestal met nog niet geweekte boilies, daarna krijgt onze zone een dag en nacht rust, geen enkele lijn in het water, ook gaan we die dag niet met de boot op het water om alles zo kalm mogelijk te houden. Laat ze maar vertrouwen krijgen. Wanneer de dag nadien de meest productieve aasperiode voorbij is,( denk aan de info uit je logboekje als je het water in kwestie al eens bevist hebt kan je aan de hand daarvan achterhalen wanneer de beste aasperiode zijn) dan gaan onze rigs te water en herhalen we onze voerbeurt net zoals de dag van aankomst. De reden dat we dit doen na de beste aasperiode, is om de vissen niet te storen tijdens hun schransbeurt. Het enige verschil is dat we nu zowel met geweekte als niet geweekte boilies door mekaar voeren en aan de rig gaat uiteraard ook een geweekt boilie. Wel moet ik erbij vertellen dat wij dit toepassen op groot open water waar we veel ruimte hebben, deze aanpak wordt een stuk minder effectief als je dicht op mekaar gepakt zit zoals op bepaalde wateren, want dan krijgt uw stek veel minder rust door de activiteiten van je buurman.  Het spreekt voor zich waar de moeilijk vangbare vissen  zich het snelst aan mispakken.  Je geeft hen vertrouwen op een listige manier, een totaal andere aanpak dan de meeste andere locale vissers hanteren. Hoe langer je deze methode kan toepassen hoe gekker het wordt want meestal blijf je de vissen een stapje voor met deze aanpak. Het draaid allemaal om proberen, vallen en opstaan, soms ga je eens de mist in, maar het belangrijkste is dat je er uw lessen uit leert en deze ervaring neem je dan mee naar de volgende sessie. Vroeg of laat bost je op iets wat een enorm voordeel kan zijn, en je een stapje voor blijft op de rest.

Al eens gevist met een stuk salamiworst met look erin als er op dat bepaald water regelmatig met lookboilies word gestrooid en de vissen er  na verloop van tijd hun buik van vol hebben…?

Wat ook een voorbeeld is van een aparte aanpak is iets van enkele jaren terug, eveneens op een water bij mij in de buurt. Tijdens één van mijn laatste sessies dat jaar kwam er een andere visser een praatje maken zoals daar wel regelmatiger gebeurd, niks speciaals, totdat hij me de vraag stelde “Heb jij hier al veel spiegels gevangen? “ Mijn antwoord was “neen” , ik wist toen ook nog niet zo veel af van het bestand op dat water en tijdens de enkele dagen dat ik er had gevist, had ik enkel schubs mogen verwelkomen op de mat, maar daar had ik verder nog niet echt bij stilgestaan. Die vraag bleef wel in mijn hoofd hangen… Wat me het seizoen daarop wel opviel was dat de meeste collega vissers er aan de slag waren met pellets en vismeelboilies, ik ook trouwens. Wie niet waagt niet wint , en volgende keer stond ik aan het water met boilies zonder vismeel, maar  die zeemzoet waren. Geloof het of niet ,op de hengel met de zoete boilies ving ik die dag 3 vissen ,waaronder 2 spiegels. Mijn seizoen heb ik die manier uitgevist, één stok zoet en één stok vismeel, het was duidelijk dat de spiegels de zoete boilies verkozen. Totdat ik de 2 soorten boilies begon te mengen, zowel voor het voeren als bij het vissen en toen kon ik plotseling de spiegels ook op de vismeelboilies verleiden. Een echte verklaring heb ik er niet voor ,maar de zoete boilies nodigden de spiegels wel uit om na verloop van tijd ook op de vismeelboilies te azen. Wat je hieruit wel kan afleiden is dat je met een gemengde voerstek op sommige wateren meer verschillende vissen zal aantrekken. Datzelfde jaar kon ik er nog  12 spiegels vangen, terwijl de rest van de vissers daar zo goed als enkel schubkarpers op het droge kregen. Bovenstaande geldt zeker niet op elk water, dit was en is eigenlijk nog steeds het enige water waar het verschil in aasvoorkeur tussen schubs en spiegels zo duidelijk was.

 

Full moon

Een ander opmerkelijk verschijnsel dat ik opmerkte aan de hand van notities, was het verschil in vangsten ,afhankelijk van de maanstand. Bij opkomende of afnemende maan (eerste of laatste kwartier) heb ik nooit echt een verschil in vangsten kunnen noteren, meestal waren de vangsten dan mooi constant, maar bij volle en/of nieuwe maan was er een heel duidelijk verschil merkbaar. Bij volle of nieuwe maan ving ik beduidend minder vis dan anders in de donkere uren, een niet onbelangrijk voordeel was wel dat indien ik  vis ving, het dan meestal vissen waren uit de toplaag of vissen die zelden gevangen werden. De enige verklaring die ik hiervoor heb, en het is maar gissen dat ik doe, is dat de grotere vissen die ik ving bij volle maan allemaal solitaire vissen waren, vissen die op hun eentje leven en azen. Ik denk dat het overgrote deel van de populatie bij volle maan (en heldere hemel) veel passiever was en weinig of geen voedsel tot zich namen, buiten wat natuurlijk voedsel in de oeverzones, en de solitaire vissen uit de toplaag hadden geleerd om net dan op hun gemak en in alle rust één voor één de voerstekken te gaan bezoeken, zonder dat ze zich hoefden te mengen met hun drukkere en kleinere soortgenoten die meestal in grotere groepen azen. Het werd zelfs zodanig duidelijk dat ik en mijn vismakker sms’ten “Jow volle maan! Big fish time!” En niet zelden vlogen enkele uren later de flitsen van de camera de nacht in.

 

Slot

Stof om over na te denken… Het zal wel altijd zo blijven dat we sommige zaken niet kunnen verklaren ,maar dat hoort bij het vissen, alles heeft zijn charme. In het vissen zijn er veel factoren die bepalen of je blankt, vangt of enorm goed vangt, sommige van deze zaken heb je zelf in hand. We zullen nooit  alles te weten komen ,maar probeer toch maar te gissen, wie weet doe je er je voordeel mee. En geloof me, neem eens verlof wanneer het volle maan is en vergeet vooral niet te stoppen bij de slager voor een stuk salami met look, of een stukje paté en uienconfituur, dat smaakt ook aan het water…

 

 

 

Leave a Reply

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *