Rivier Perikelen…

Het moet toch al een jaar of 13 geleden zijn dat ik voor het eerst aan de oever stond van de Seine, en de indruk die ze me toen naliet, zal ik nooit vergeten! Velen zullen er op hetzelfde moment wel totaal andere gedachten bij gehad hebben, maar ik voelde de ervaring toch geheel anders. Waarom? We kunnen het blijven herhalen, het riviervissen zint je, of zint je niet! Je bent geboren als riviervisser, het pakt en versmacht je. Je aanvaardt je lot, je laat je moeizaam mee leiden. Naar niets, het ongewisse…het schone…het pure. Nooit op zoek zijn naar het constante, die zal je hier niet vinden. Maar houden van. Houden van dat onzekere, nooit weten waar, wanneer of waarom. Houden van de natuur, het ongerepte, het vrije gevoel efkens alleen bezig te zijn. Het blijven volhouden, die magere troost, soms die ene vis…Het zijn soms de kleine dingen die je gelukkig maken. Die je doen volharden, in datgene die je zo graag wil, datgene die we allemaal willen. Vangen!

Vis…verse vis, en als het kan, zo groot mogelijk. Het is ergens allemaal mogelijk hoor, als je maar weet waar je moet zijn. Zoals in elke tak van onze visserij, nietwaar?

Ik ben niet echt een “streber”.  Mensen die nooit genoeg hebben, die altijd maar meer willen, blijven evenaren, of nog het liefst verbeteren. Die constant uw ei afhalen, niks zelf uitzoeken…zo’n gasten kan ik wel missen als kiespijn. Ik vertoef in gelukzalige blijdschap, niet zo’n gevoel te koesteren. Laat ze maar lopen hoor, en ik ben waarschijnlijker gelukkiger als ik ook al eens blank. Of blanken ze niet op rivieren? Het is toch allemaal zo simpel dacht ik zo…Ik hoop het soms ook!!

 

De eerste kennismaking

De Seine heb ik eigenlijk maar kortstondig bevist. Het eerste jaar was echt een pure gok. Een weeksessie ergens in mei, totaal op de bek! Voor de laatste nacht van die sessie, zijn we toen naar de Yonne getrokken. Daar wisten we op de valreep toch nog enkele, wel wat kleinere, rivierkarpers te vangen. Dat was voor ons uiteraard een leuke opsteker…

Wat later dat jaar ben ik nog voor een tweetal weekends naar de Seine getrokken. Jammer genoeg zonder resultaat. Toch niet het positieve resultaat die we verhoopt hadden. Doch had ik veel geleerd. Hoe het niet moet, hoe het beter kan, maar vooral, hoe graag ik dit wel doe! Ik vis zeer graag op stilstaande wateren ook, laat dit geen misverstand waard zijn. Maar de aantrekkingskracht die ik op dat moment voelde, dit smaakte naar meer…

M’n tweede jaar was al beter, ik kreeg wat voeling met de visserij, onze sessie in mei kreeg al resultaat. Vangen op een rivier zou vanaf dat moment nooit meer hetzelfde kunnen zijn. Het is niet iets wat je doet, het is iets wat je ten volle beleefd, als de eerste keer verliefd zijn…

Dat een stek opbouwen voor betere resultaten kan zorgen, had ik al snel door. En soms hoeft het niet veel te zijn, de eerste nacht voeren, en in de juiste periode van het jaar mag dat wel eens een emmer zijn, de stek rust geven, en pas de tweede nacht er op vissen. Je hebt soms direct resultaat, en met wat bijvoeren na elke gevangen vis, is het soms mogelijk de vis wat langer op uw stek te houden. Ze volledig vast houden zal in de meeste gevallen totaal niet lukken, het rondtrekken zit de vissen in het bloed. Valt er niks meer te schransen, dan kiezen ze het hazenpad.

Jammer genoeg was het enkel die sessie in mei, die vis opleverde. Enkele weekendtrips, wat later op het jaar, bleven visloos. Het was ons dus duidelijk dat de tijd van het jaar, en de stekkeuze een zeer grote rol spelen. En toen…toen was er eventjes niks meer. De jaren erna viste ik in het buitenland, voornamelijk op meren en afgesloten plassen. Het riviervissen vond een hele periode geen plaats meer in mijn visserij, maar het bleef wel in mijn achterhoofd spelen. De drang om het stromende water te bevissen zit ondertussen in mijn genen vergroeid, en vroeg of laat sta ik wel weer ergens aan een of andere rivier…zoveel was duidelijk!

Ondertussen vis ik nu al een 7-tal jaar op de Maas, en vanaf de eerste sessie had ik de riviermicrobe meteen weer te pakken. Ik probeer toch op regelmatige basis aan de oevers van deze waterader te zitten. Vooral tijdens de periodes dat het “loopt”, zal ik vaak enkele nachtjes gaan prikken, soms meerdere weekends in een korte periode. Vooral het voorjaar spreekt mij het meest aan. Het komt soms wat traag op gang, maar eens het water voldoende is opgewarmd, dan kan het hard gaan. Als je dan de betere stekken weet te vinden, en de weersomstandigheden zijn ideaal…een tekening is hier overbodig materiaal denk ik.

 

Stekken

Hoe vind je nu die betere stekken? Door ze uit te proberen! Of je kan zo’n type zijn die eerder wacht tot die tips je in de schoot geworpen worden. Zo kan iedereen op rivieren hengelen, en het maakt je zeker geen betere visser ook, integendeel. Het toont aan dat je geen karakter hebt, en laat dit nu net iets essentieels zijn bij riviervissen. Je zal een hoop doorzettingsvermogen nodig hebben wil je slagen. Vissers zonder ruggengraat vallen er uiteindelijk toch van tussen hoor…

Ik zoek het graag zelf uit. Het maakt deel uit van het volledige plaatje. Het heeft me veel voldoening om op zoek te gaan naar nieuwe stekken, en als achteraf blijkt dat ze nog “lopen” ook, maakt me dat een tevreden visser. Af en toe gaan we na een sessie, voor we naar huis toe keren, op zoek naar andere plaatsen die mogelijks een goeie stek kunnen zijn. Meestal zijn ze voor de handliggend. Barrages, eilanden, sluizen, kades, bruggen enz enz kunnen mogelijks goeie visplaatsen zijn. Dit kun je enkel weten door die eens te proberen, en indien mogelijk doe je dit best enkele keren. Want na één sessie kan je meestal niet inschatten of het al of niet zou lukken op die plaats.

Moeten het altijd zo’n voor de hand liggende plaatsen zijn? Nee zeker niet. Ik heb vaak al goeie momenten gehad op stekken “ergens onderweg”. Stekken die je eens probeert omdat je weet dat je afgelegen zit. Of die enkele met een boot te bereiken zijn. Rustige plekken waar je geen mens zal zien. Dit zijn dus plaatsen die niet in het oog springen. Waar je bv geen kuilen of bulten zal vinden op de bodem ook. Je dus gewoon ergens neerplanten op een stuk rivier. Hier zal het wel niet van een leien dakje lopen, dit had je al kunnen raden niet? Je moet het daar hebben van een tikkeltje geluk. Maar ik ben zeker dat je er kan vangen. Die rivierkarpers trekken toch de gehele rivier door, en plekken waar ze voer vinden, gaan ze ook halt houden om te gaan schransen. Je moet ze dus onderscheppen op hun route, en je moet dan soms wel wat geduld hebben eer ze op uw stek arriveren. Maar als ze er uiteindelijk zijn, dan kan het soms ongehoord hard gaan. Eens je vangt is voeren de boodschap, maar je zal ze zeker niet lang kunnen vasthouden. Zo’n plaatsen spreken die vissen niet aan om er lang te vertoeven. Toch zal het wel lukken om ze enige tijd op het aas te zetten.

 

Waar te vissen…?

 

Op de meeste stekken kan de vaargeul best veel vis opleveren, ik voer dan heel verspreid over de volledige breedte van de rivier, op de hoop elke vis die voorbij komt, te onderscheppen en op m’n voer te krijgen. Ik mik simpelweg mijn rigs richting vaargeul, het diepste gedeelte van de stroom. Ik zal wel wat aftasten op welke afstand van de oever, ik het meeste aanbeten krijg. Soms kan je ze wat dichter tegen de kant vangen ook, maar als ze echt goed azen vang je naar mijn mening, het meeste vissen toch in de vaargeul. Regelmatig bijvoeren is weeral de boodschap, om ze iets langer op de stek te houden.

Vis je tegen bruggen of kademuren, of muren aan barrages, dan kan zeer kort vissen tegen de muren of peilers het meeste vissen opleveren. Eilanden zijn ook prima spots, en kort tegen de kant tref je zeer vaak karper aan. Het is altijd wat aftasten, van stek tot stek. Soms kan die ene meter dichter of verder van die ene spot, extra vis opleveren. En weet ook, dat regelmatig het haakaas verversen en opnieuw inwerpen, extra belonend kan werken! Als je een stek aftast kan plots uit het niets, zeer kort na het inwerpen op een andere plek, de beetmelder het al uitschreeuwen. Hoeveel vissen ik al gevangen heb kort na het her-inwerpen van mijn hengel, zijn niet meer te overzien. Het duurt soms geen 5min of de hengel gaat fluiten…..zalig!!

Je kan op sommige stekken kuilen of bulten aantreffen, die zijn uiteraard meer dan het proberen waard, maar te kleine kuilen laat ik links liggen, we vissen nog steeds op stromend water…en het is niet altijd evident om bij hardere stroming, uw rig precies op die ene vierkante meter te krijgen.

 

Stroming….

Dit is praktisch gezien, voor velen dé struikelblok van het riviervissen zelf. Er zijn er die al gruwelen omdat hun lijn ook maar iets in een bocht staat. Als de stroming zeer laag is, en uw lijnen zeer makkelijk op hun plaats te houden zijn, is er geen vuiltje aan de lucht. Of dat de ideale omstandigheden zijn, zullen de meningen wel verschillend zijn, maar zelf ben ik toch voorstander van een wat pittige vaart in het water. De vissen zijn veel actiever, en in de goeie periode van het jaar kan je ze dan het beste vangen.

Maar de stroming kan een ferme doorn in het oog zijn ook. Als die echt te hoog is, en er geen rig op de bodem te houden is, dan is er geen beginnen aan. Velen haken dan af;  Er zijn er die dan zweren bij extra zwaar lood, of zware keien met een breuklijntje, maar als er bij mij, een lood van 140gr verplaatst wordt, is dat de limiet. En ik kan u verzekeren, 140gr blijft beter liggen dan de meeste denken. Zeer vaak heb ik gevist in de herfst, de periode dat de bomen het meeste bladeren verliezen, er door zware regenval en grotere stroming, veel gras en andere troep meegesleurd worden. Die komen steevast in uw lijnen terecht, en kunnen enorm veel druk op de lijn zetten. Strak vissen is sowieso uitgesloten, in plaats daarvan geef ik extra veel draad, zodat de uitstaande lijn in een grote boog naar mijn rig loopt. Op die manier kan je in hogere stroming vissen, en kan je de druk van de troep op uw lijnen aanzienlijk verlagen.

In de meeste gevallen blijft die 140gr prima liggen. En dan vis ik, wat de stroming betreft, tegen de limiet aan. Veel hoger is totaal niet meer te bevissen, en het levert vaak geen vis meer op ook.

Stroomt het water hard, zo net nog te bevissen, maar kleurt het bruin en troebel, dan zegt mijn mening dat het niks zal opleveren. Je ziet dit vaak na langere periodes van zware neerslag. Dan weet je vooraf al dat je beter thuis blijft. Anders kan de Maas behoorlijk helder staan, dat zijn altijd goeie condities, vaak met wat kalmere stroming.

De stroming zal ook vaak uw lijnen tussen de stenen en andere obstakels drijven. Zo kom je vaak vast te zitten. Een karper zal die bij een aanbeet er wel weer van tussen trekken, maar vaak geraak je vast te zitten tijdens het gewoon indraaien. Dan is het is wel zo handig om een boot bij de hand te hebben. Eigenlijk heb je die altijd nodig op de rivier, al is het maar om vastliggende rigs te gaan redden. Zo laat je geen overbodige haken achter in het water ook.

Ik heb al vaak meegemaakt dat een vis, en dan meestal de betere exemplaren, zich in de stroming smijt, en die gaat er dan met volle vaart vandoor. Dan is een boot weeral de beste oplossing om de vis achterna te gaan, hoe sneller boven de vis, hoe minder kans dat hij zich vast zwemt in een of ander obstakel op de bodem. Kortom, een boot is in feite onmisbaar bij het riviervissen, en neem gerust een flinke elektro mee…dan kan je makkelijker tegen de stroming op varen.

 

Aas…

Hier draait het grotendeels rond vertrouwen. Waar de ene zweert bij vis-achtige boilies, zal de andere naar een zoete fruitbol grijpen, of een combinatie van de twee. Ik kan toch vaststellen dat vismeel-bollen, met een kruidige toets, toch zeer vaak het meeste vissen oplevert. Flavours heb ik zelden of nooit vertrouwen in gehad, en gebruik die dan ook nooit. Ik heb het geluk gehad om in het team van Attractive Baits te stappen. Wij staan voor aantrekkelijk aas zonder chemische of synthetische toevoegingen. Iets waar ik voordien ook al ten stelligste in geloofde. Ik verwerkte in mijn eigen aas ook nooit flavours of andere chemische troep. Als smaakmaker gebruikte ik de natuurlijkere toetsen, vaak terug te vinden in de keukenkast. Kruiden of bepaalde oliën hebben me al massa’s vissen opgeleverd. Met Attractive Baits werken we ook op die manier, en ik gebruik dus met alle vertrouwen het aangeboden aas. Je hoeft echt geen penetrante geurstof te gebruiken, als je ze met pikante kruiden ook kan vangen, en het is beslist véél gezonder voor de vissen ook….twee vliegen in één klap!!

Over de hoeveelheid heeft iedere riviervisser zijn eigen mening. Sommige voeren heel braaf en bouwen op. Ik durf al vlug stevig voeren om te starten, en dan de stek onderhouden. Je moet dan wel wat voeling hebben, in perioden dat je denkt dat ze weinig azen, of amper actief zijn, moet je uiteraard niet gaan strooien als een bezetene. Maar heb ik het gevoel dat de vis wat los zit, start ik zeer vaak met een emmer aas. Hoeven niet enkel bollen te zijn, om de boel wat aan te zwengelen gebruik ik zeer regelmatig particles en pellets. Maar is de witvis wat losser en actiever, laat je dat klein aas best achterwege. Het formaat van boilies mag gerust fors zijn, zeker tijdens de mooiere maanden van het jaar. Voeren met 24-26mm, en als haakaas 30mm of meer, zal de ongewenste bijvangsten wat kunnen minderen. In het vroege voorjaar, als de kopvoorn en barbeel nog in hun winterslaap zitten, kan je gerust met kleiner aas aan de slag. Maar eens die pestkoppen los zijn, kan je ze amper uitschakelen. Dit zullen vaak de warmere maanden zijn, en zeker al in de zomer. Ze blijven meestal actief tot het late najaar en vallen pas stil als het echt begint te winteren…

 

Materiaal….

We spreken over riviervissen, dus het kan er wel eens wat ruwer aan toe gaan. Snoeiharde runs, die uw stokken vaak uit de steunen sleuren, beresterke vissen die uw hengel tot halfweg onder water pompen, een bodem die werkelijk bezaaid is met mosseltjes, drijfvuil en zware obstakels onder water….hier mag het fijnere montagewerk wat steviger zijn!

Met een sterke nylon hoofdlijn en een schuurbestendige voorslag komen we al een heel eind. Grijp nu niet naar gevlochten lijnen want die verzamelen veel meer drijfvuil dan nylon. Ook drilt nylon veel plezanter, want de karpers kunnen soms heftig uit de hoek komen. Een penhengeltje hoort hier ook niet thuis, met stevige stokken in de klasse 3lbs of meer ga je het al veel verder schoppen. Ik geef de voorkeur aan losse steunen, die stevig in de grond zitten. Maar vaak zijn de oevers verstevigd met tonnen stenen, en krijg je amper een bankstick de grond in. Neem dan een robuuste rodpod, je zou de eerste niet zijn die na een knaller van een fluiter, zijn pluimgewicht-podje, tot leven ziet komen om eigenhandig het ruime sop te kiezen…

Mijn rigs neem ik ook best stevig, gecoat onderlijnmateriaal beschermen je rig al tegen de vele driehoekmosseltjes, en als haak kies ik meestal een 4 of een grote 5. De vissen hebben beenharde en dikke vlezige lippen. Een iets grotere haak prikt veel beter en heeft veel vlugger vlees vast. Mijn voorkeur gaat uit naar een kortstelige klauwhaak. Die kunnen het zwaardere drilwerk aan, en doordat de haakpunt iets naar binnen staat, slijt de punt niet zo vaak af.

Hou er rekening mee dat riviervissen vaak veel onderlijnen kost. Door het inhalen van de rig alleen al, kan de punt al geschonden zijn. Dus voor het inwerpen altijd de haak goed controleren, want die moet vlijmscherp zijn, wil je die rivierbuffels deftig prikken…

Maar ondanks ik naar groter en zwaarder gerief grijp, probeer ik mijn rigs toch wat elegant te knopen. De onderlijn moet wel nog degelijk werken, goed kunnen kantelen of draaien en zeker snel prikken.

Ik had het al eerder vermeld, en ga het nogmaals onderstrepen. Met een boot kom je veel verder! Handig bij het peilen, voeren, drillen of losmaken van vastliggende lijnen. Neem ook een veilige boot, we spreken nog steeds over stromend water, en als het debiet hoog ligt geraak je met een speelgoed of te kleine boot, al vlug in de problemen. Een reddingsvest is ook aan te raden, en al zeker een elektromotor. Met peddels geraak je bij hoge stroming echt geen meter vooruit, en dan speel je met uw leven. Zonder boot vertrek ik niet, ik heb die altijd klaar liggen. Tenzij het niet toegelaten is. Bovenop een barrage is dit ten strengste verboden, en uiteraard ook veel te gevaarlijk…

 

Nabeschouwing…

In de vele jaren dat ik de rivier bevis, heb ik al zalige sessies mogen beleven. En het liep soms als een trein. Trips waar ik drie nachten te vissen had, waar ik de eerste nacht enkel een emmer aas voerde, en in twee nachten effectief vissen, tot meer dan 30 runs had, zijn geen uitzondering. Ook vang ik meer spiegels dan schubben, wat ook leuk meegenomen is. En daar zaten echt wel pareltjes bij hoor. Niet altijd de grootste, maar soms schilderijen van vissen! De schoonste vis die ik ooit gevangen heb, komt nog steeds van de Maas, “slechts” 14kg200 maar werkelijk een zalig mooie vis…

Zelf kies ik bewust voor de stukken waar ik meer in de natuur zit, en laat de “industrie-stekken” links liggen. Vaak zijn die industrie-stekken wel de betere wat gewichten betreft, maar het gewicht van mijn vangsten is nog nooit de drijfveer binnen mijn visserij geweest. Dergelijke stekken zijn ook veel drukker bevist, en komt vaak criminaliteit om de hoek kijken. Ik zit veel liever op mijn gemak, en moet ik het stellen met “enkel” wat dertigers op een jaar, dan moet dat maar zo zijn, maar ik geniet wel met volle teugen van mijn hobby…en dat is nog steeds mijn drijfveer binnen mijn hobby.

 

Vang ze, geniet er van en heb respect voor uw vangsten en de natuur…

Leave a Reply

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *